De doelgerichte manager buitenspel


blog scheidsrecherEen paar maanden geleden sprak ik een manager van een middelgrote onderneming en vroeg hem naar zijn doelstelling.

“Hm, het beste wat ik kan bereiken, is dat ik mezelf overbodig maak. Dan is mijn doel bereikt.”

“Okay…” zei ik, “… en wat heb je dan bereikt wanneer jijzelf overbodig bent?”

“Dan kan mijn team vooruit en halen de leden het beste uit zichzelf. Ze kunnen dan zonder dat ik er voortdurend bij ben hun werk doen en resultaten behalen.”

DE SCHEIDSRECHTER EINDIGT BUITENSPEL

Ik gaf hem aan dat wanneer hij overbodig is hij er inderdaad niet meer bij zal zijn. Immers zal een organisatie geen overbodige mensen in dienst nemen, laat staan behouden.

“Ja, maar zo bedoel ik het natuurlijk niet, ik bedoel te zeggen dat ik effectief ben wanneer ik ze niet alles hoef voor te doen en ze niet voortdurend moet zeggen wat er gedaan moet worden en wat er niet goed is gegaan. Soms voel ik me een scheidsrechter.”

Ik gaf hem aan dat dat een andere boodschap is, én een andere doelstelling. Dat begreep hij niet. “Je denkt toch niet dat ik mezelf buiten het hek wil plaatsen?” zei hij lachend.

“Nee, dat dacht ik al te begrijpen, én … je zegt het wel.

ELKE MANAGER VERLANGT ERBIJ TE HOREN EN TE SPELEN IN HET VELD

Hij wilde zichzelf dus niet overbodig maken en daarmee was de doelstelling van tafel. Ik verdacht hem er echter wel nog van een verlangen te hebben in zijn werk.

Dat bleekt ook zo te zijn. Werner, zo noem ik mijn cliënt hier, had inderdaad het verlangen om niet als scheidsrechter te hoeven spelen in het team waaraan hij leiding gaf.

En dat is iets heel anders. Elk team heeft een leider nodig en dat hoeft zeker geen scheidsrechter te zijn. Immers, een scheidsrechter fluit telkens wanneer er iets niet goed gaat en blijft stil wanneer de regels nageleefd worden. Spelverbetering staat niet op de to do-list van de scheidsrechter.

Werner heeft niets met voetbal, hij loopt marathons en fietst veel. En dat gaf ons een mooi handvat om verder te gaan.

Ik vroeg hem hoe hij een marathon volhoudt en binnen de gestelde tijd loopt.

Hij gaf aan dat hij het parcours verkent en voor zichzelf bepaalt waar te versnellen en waar energie te sparen door bijvoorbeeld in te houden. Dat doet hij heel nauwgezet. Hij rijdt vooraf het parcours met de fiets en maakt aantekeningen onderweg met markeringen van wegen en bochten, “landmarks” zoals hij ze zelf noemt. Op die manier maakt hij voor zichzelf een schema waaraan hij zich dan houdt. En dat gaat hem goed af.

De parallel naar het aansturen van zijn team kon hij daarmee wel maken. Wel was belangrijk te weten wat de conditie van zijn medewerkers is en op welke moment hij hen dan kan uitdagen om nog meer uit henzelf te halen of even in te houden. “Maar…” zei hij vervolgens “… ik weet niet altijd het parcours, mijn team is met nieuwe dingen bezig, met innovatie en procesoptimalisatie. En daarvan weet je nooit wat eruit komt.”

Dat begreep ik. “En als je dan onderweg bent en je kent de conditie van je medewerkers, dat vertalen we dan naar competenties, wat kun je dan doen?”, vroeg ik hem.

“Nou, we hebben wel een masterplan, en daarvan afgeleid kunnen we besluiten nemen of en hoe verder te gaan. En dat bewaak ik streng.” Zijn uitdrukking werd ernstig en hij keek me bijna bestraffend aan.” Ik zag weer de scheidsrechter in beeld komen. En we lachten beiden hardop toen ik hem dat teruggaf.

Het gesprek ging nog verder.

“WE HELPEN JE OVERBODIG TE ZIJN

Vaak hoor ik managers zeggen dat hun doelstelling is zichzelf overbodig te maken. Zoals we in dit gesprek ook zagen zal dat niet effectief blijken. Het doel jezelf buitenspel te plaatsen, kan geen doel zijn wanneer je in het bedrijf waarin je werkt, nog een carrière wilt maken.

De eindejaarsevaluatie met de top van de onderneming lijkt mij niet leuk als deze afsluit met: “gefeliciteerd, je hebt je doelstelling bereikt en bent nu overbodig.” En ook Werner was het daar mee eens.

En wanneer je voor jezelf deze doelstelling – overbodig te zijn –  formuleert, loop je het risico dat je hem ook gaat leven. Je zendt daarmee zeer wel mogelijk én onbewust signalen af dat je geen onderdeel (meer) wilt zijn van de organisatie of van het team waaraan je leiding geeft. Je loopt bovendien het risico dat mensen in de organisatie je gaan helpen je doelstelling te realiseren…

SPREEK JE VERLANGEN UIT NODIG TE ZIJN, ER TOE TE DOEN!

Een manager wil nodig zijn en mag dat verlangen ook uitspreken. Ik gebruik bij voorkeur niet het woord “moeten” en zou het hier wel in kapitalen willen gebruiken.

Om nodig te zijn dient hij te weten wat de doelstelling van het team is (het parcours) en wat de competenties (conditie) van de mensen zijn waaraan hij leiding geeft. Alleen op die manier kan hij de prestaties van zijn team verbeteren en hen uitdagen tot hogere performance. En alleen wanneer en zolang hij dat doet zullen de medewerkers vertrouwen in hem hebben en heeft hij (of zij) bestaansrecht binnen het team en binnen de organisatie.

Je moet het ook wel willen, dat nodig zijn. Spreek het uit en de kans dat men je gaat helpen is groot.

Een mooie spreuk van “Loesje uit Arnhem” komt bij me op en ik zou managers deze graag willen horen zeggen tegen hun medewerkers:

“Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg.”

Advertenties
Geplaatst in Mens en organisatie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het systeem van pesten


Gedrag van mensen ontstaat en is zichtbaar in hier en nu. Dat gedrag niet altijd een passende reactie is op dat hier en nu kan het best geïllustreerd worden aan de hand van de voorlichtingscampagne “geef kinderen hun spel terug” van SIRE, de Stichting ideële reclame. http://www.youtube.com/watch?v=PpQSH1BBBk8

In deze blogpost over pesten op het werk wil ik deze metafoor graag gebruiken als voorbeeld van mijn stelling dat ongewenst gedrag, waar pesten onder valt, vaak wordt veroorzaakt door een frustratie opgelopen in een gebeurtenis in het verleden.

Dit bijna onbewuste gedrag is als het ware een uitlaatklep voor de psyche, simpelweg omdat er nog geen andere mogelijkheid bestaat de pijn die opgelopen is te verdagen en af te leiden. Het is als een bliksemafleider die de spanning van het gebouw afleidt omdat anders het gebouw vernietigd wordt.

Gedrag is immers altijd naast een reactie óp ook een middel tót.

Zo heeft pesten ook een signaal en een functie. Daarmee zeg ik niet dat pesten goed is of acceptabel. Het is mijn waarneming van gedrag waarachter ik een behoefte en een verlangen veronderstel. Een behoefte die voortkomt uit een aantal universele regels van het leven en het voortbestaan van ons mensen. Dit heeft met mijn mensbeeld en mijn systemische kijk op de wereld en de mens daarop te maken. Vanuit die opvatting schrijf ik deze blogpost.

Mijn mensbeeld

Vooraf wil ik daarom helder maken wat mijn mensbeeld is. Dit is belangrijk om mijn overwegingen en stellingen in perspectief te zien.

Mijn mensbeeld er een van de mens die er toe wil doen en die de ander nodig heeft om zijn zelfontwikkeling te realiseren, die harmonie voorstaat en de respectvolle en liefdevolle confrontatie niet uit de weg wil gaan. Die leeft vanuit een liefdevolle benadering van zichzelf en de ander. De mens als wezen met compassie.

Algemene uitgangspunten bij dit mensbeeld: de mens is een sociaal wezen

We kunnen ons als mens niet ontwikkelen zonder de nabijheid van anderen. Dat begint met de ‘belangrijke’ anderen, onze ouders, onze grootouders, broers, zusters, het gezin en de familie waarin we geboren zijn of waarin we welkom geheten worden als adoptie kind. De mens heeft behoefte aan een veilige omgeving waarin die ontwikkeling kan plaatsvinden.

Gedrag ontstaat vanuit een positieve intentie

Het gedrag dat de mens vertoont wordt ingezet door een positieve intentie voor hemzelf. We doen dingen omdat dat ons iets positiefs oplevert, een wens of een verlangen vervult.

Dat gedrag vanuit verlangen soms destructief uitpakt mag helder zijn. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar het nieuws over oorlog en geweld kun je daarin niet makkelijk iets positiefs herkennen, welke wens of welk verlangen wordt daarmee vervuld? Interessant is dus te onderzoeken waarom dit destructieve gedrag ontstaat.

Pesten is onwenselijk gedrag

In welke vorm en mate dan ook, pesten kan en mag niet getolereerd worden, niet op het werk en ook niet op andere terreinen zoals scholen, verenigingen, het gezin of de familie. Het is een destructief gedrag dat maakt dat mensen zich onderdrukt en onveilig voelen.

Wanneer we de mens zien als een sociaal wezen dat gedrag als middel inzet om een verlangen na te streven komt de vraag op wat dan maakt dat iemand onwenselijk gedrag vertoont?

Pesten vanuit systemisch perspectief

Vanuit het uitgangspunt dat de mens een sociaal wezen is, en dus onderdeel van een groep of een systeem is, mag duidelijk zijn dat de ontwikkeling van de mens deels bepaald wordt door het systeem waarvan hij onderdeel uitmaakt(e). Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Iedereen is lid van een familie en daar gelden bepaalde mores, iedereen heeft op school gezeten en daar golden regels, et cetera.

Is dan de oorzaak van het pestgedrag eenvoudig terug te leiden op het systeem waaruit hij voortkomt? Ligt de oorzaak dan bij de familie of bij de school?

Het antwoord is “nee” wanneer we op zoek gaan naar een schuldige. Het antwoord is “ja” wanneer we op zoek willen naar wat maakt dat iemand de ander pest. Wanneer we op zoek gaan naar wat maakt dat iemand zich gedraagt zoals hij doet.

Pesten kun je vergelijken met misbruik. De dader misbruikt het slachtoffer. De pester misbruikt het slachtoffer door hem of haar te pesten.

En we weten dat in situaties van misbruik de dader in veel gevallen ook zelf slachtoffer is geweest. Ik trek ook deze paralel door naar de situatie van pesten op het werk.

Gedrag is aangeleerd

Gedrag ontstaat op jonge leeftijd. Basisgedrag ontstaat in de eerste jaren van ons leven. Het is de uitingsvorm van onze voorkeuren en drijfveren als mens gegeven de omstandigheden waarin hij verkeert.

Wanneer je bepaalde reflexen als gedrag zou willen betitelen dan is dat aangeboren gedrag, niemand heeft bijvoorbeeld “leren” ademhalen, dat kun je al vanaf je geboorte.

Wanneer in de eerste jaren het leven mild voor je is zul je op een evenwichtige manier opgroeien. Mild wil zeggen dat je in een veilige omgeving welkom geheten wordt door je ouders en je in die beschermende omgeving de eerste stappen leert zetten. Je kunt zeggen dat je daar leert: “ik ben ok en jij bent ok”.

Wanneer echter in die eerste jaren dit “ik ben ok en jij bent ok” geweld wordt aangedaan ontstaat een dynamiek die maakt dat je iets anders gaat “leven”. Je “schrijft” dan een ander “script” zoals:

“Ik ben ok en jij bent niet ok” / “Ik ben niet ok en jij bent ok” / “Ik ben niet ok en jij bent ok”

Op latere leeftijd kunnen ingrijpende gebeurtenissen er ook voor zorgen dat je een ander “script” maakt voor je leven. Dat noemen we een trauma.

Een voorbeeld daarvan is oorlog of een levensbedreigende situatie waarin het gaat over erop of eronder, over leven en dood.

Vanuit deze dynamieken ontstaan vormen van gedrag die niet gewenst zijn en die destructief zijn. Zowel naar jezelf als naar anderen. Dit gedrag is dan een symptoom van iets dat op een diepere laag in je psyche speelt.

Pesten als symptoom

Pesten is naar mijn overtuiging een symptoom van iets dat op een diepere laag aandacht nodig heeft. Er is iets gebeurd dat maakt dat je doet wat je doet.

En dat is wat de campagne van SIRE zo mooi weergeeft.

Pesten is het gedrag dat uiteindelijk oplevert wat eerder niet mogelijk was. Gedrag dat een basis vindt in het verleden in een situatie waarin de pester het niet voor elkaar kreeg om te komen tot een “ik ben ok en jij bent ok”.

Pesten is dan gedrag dat het gevoel moet geven dat “Ik” nu bepaal wat er gebeurt en niet “Jij”. Dat “Ik” er wel mag zijn en niet alleen “Jij”. Dat “Ik” de baas nu eens ben en niet “Jij”. Puur uit compensatie voor eerder opgedane ervaringen.

In het voorbeeld van SIRE ligt de oorzaak dichtbij in het verleden, het is het opgelopen “Ik ben niet ok” gevoel in de afgelopen week.

Werkgever en pesten op het werk

Wat kun je nu doen als werkgever, leidinggevende of als adviseur in een organisatie waar pestgedrag voorkomt?

De oorzaak van pesten op het werk ligt doorgaans niet in het werk, de oorzaak ligt in het verleden en in een andere omgeving dan waar het gedrag zich laat zien. Ik geloof dan ook niet in aanvullende regelgeving en sanctie modellen. Er zijn al voldoende regels.

Wanneer je een organisatie hufterproof maakt krijg je een organisatie met hufters.

Velen zeggen dat het niet de verantwoordelijkheid van de werkgever is zich te bekommeren om het privé domein van werknemers. Veelal staat wet en regelgeving rondom privacy dat ook niet toe. Terwijl, zoals we zagen, de oorzaak dáár te vinden is.

Naast slachtoffer aandacht ook aandacht voor de dader, symptoom bestrijding werkt niet

Er zijn organisaties die een vertrouwenspersoon aanstellen waar slachtoffers en niet gepeste werknemers zich kunnen melden. De resultaten van die maatregel zijn niet bekend. Overigens is dit meer bedoeld om de slachtoffers te begeleiden, wat niet primair de oplossing is voor het probleem. Een pester zal zich niet melden bij de vertrouwenspersoon.

Wanneer er niets of te weinig gedaan wordt aan pestgedrag ontstaat een dynamiek van pesten in het bedrijf. Je kunt dat vergelijken met een veenbrand. En die doof je niet door er een laag zand overheen te leggen.

De enige remedie

De enige remedie is de werknemer die pest aan te spreken op het ongewenste gedrag. Een even simpele als spannende actie. Gewoon omdat het de verantwoordelijkheid is van elke werkgever en leidinggevende ongewenst gedrag te beïnvloeden en een veilige omgeving voor alle medewerkers te creëren.

Vanuit mijn eigen ervaring kom ik op de volgende 10 stappen:

  1. Spreek de pester in een 1 op 1 gesprek aan op zijn of haar gedrag. Neem hier de tijd voor.
  2. Neem een houding aan van “jij bent ok en ik ben ok”. Dat is het voorbeeld dat de pester nodig heeft.
  3. Geef duidelijk aan dat jij zelf het gedrag niet tolereert. Verschuil je niet achter regels van het bedrijf.
  4. Maak onderscheid tussen gedrag en persoon. Het gaat immers om het “script” en niet om de “schrijver”. Spreek de medewerker dan ook aan op wat hij doet en niet op wie hij is.
  5. Vraag wat de reden is van het gedrag en neem geen genoegen met eigenschappen van het slachtoffer. Neem wel genoegen met het niet weten. De oorzaak ligt in het minder bewuste én in het verleden. Daar kan de dader op dat moment niet bij.
  6. Geef ruimte aan eigen oplossingen, wat kan hij of zij doen om dit gedrag te veranderen. Neem geen genoegen met geen oplossingsbereidheid. Werknemer moet immers zijn gedrag aanpassen omdat het ongewenst is.
  7. Biedt indien mogelijk een extern begeleider aan. Internen raken vaak verstrikt in de dynamiek en worden ook niet toegelaten in het privé domein van de medewerker, terecht overigens.
  8. Maak helder wat de consequenties zijn als het gedrag niet verandert binnen een bepaalde termijn. Maak hier geen koehandel van. Bij géén ander gedrag wél een andere plek, binnen of buiten de organisatie.
  9. Maak afspraken voor een vervolg van dit eerste gesprek en plan een tweede gesprek in.

En de belangrijkste regel is wel:

Wees bij alles stevig op de inhoud en mild op de persoon.

Afbeelding | Geplaatst op door | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

ASJEMENOU!


Je bent de periode waarin je jezelf ontdekt.

Iedereen heeft wel een periode, gebeurtenis of herinnering die je een referentiekader geeft waarmee je je plek in de tijd inneemt. En niet alleen een plek in de tijd, het geeft je een soort van “waarheidsbeeld” van de wereld, een paradigma.

Woodstock is bijvoorbeeld zo’n gebeurtenis, de periode waarin dit festival plaatvond noemen we de flowerpower periode. Mensen uit die periode noem(d)en zich hippie.

Woodstock was denk ik dé voorloper van festivals zoals Lowlands en Oerol. Dit soort evenementen zijn van alle tijden, ze komen telkens in een andere tijd en vorm terug en geven de deelnemers dan een handvat om zichzelf te identificeren, zichzelf te ontdekken en zichzelf vrij te voelen.

Loeki de leeuw

Ik ben jonger, in ieder geval te jong om me te identificeren met de flowerpower periode. Ik ben ook geen hippie, en mensen die me kennen zullen dat volmondig beamen.

In mijn tijd was er “Loeki de leeuw”, een figuurtje dat tussen de commercials op televisie te zien was in allerlei komische situaties. En telkens werd zijn avontuur afgesloten met een uitspraak van een totaal verwonderde Loeki die dan zei “ASJEMENOU”.

Loeki was van alle dagen en er waren mensen die het leuk vonden en er waren mensen die het niks vonden. Volgens mij zat er niet veel tussenin. Dat was met Woodstock niet anders.

En in alle jaren herinnerde ik me soms Loekies uitspraak en ik deed er verder niets mee.

Het duurde een behoorlijke tijd voor ik de werkelijke betekenis van dit lieve, onschuldige leeuwtje Loeki voor mezelf ontdekte.

Dat begon in de periode dat ik me ging verdiepen en bekwamen in het begeleiden van mensen en organisaties. Vanaf die periode ging ik bij de herinnering aan Loeki ánders kijken naar dit fenomeen.

ASJEMENOU, een uitspraak en een woord dat volgens mij ook in de Van Dale is opgenomen als “woord van Loeki”. Wat betekent dat voor mij?

Onderdeel van asjemeNOU is het woord “nou”, niet geheel correct maar met enige taalvrijheid betekent dit ook “nu”. En “nu” is het woord waarmee we het huidige moment aanduiden.

NU, een moment dat weer voorbij is als je er aan denkt of wanneer je er in bent. Immers, hoe lang kun je in het NU zijn? En wanneer ben je het volgende NU?

Het moment NU – oeps alwéér voorbij – is los van het verleden en los van de toekomst. Het is ook geen onderdeel van dat verleden of van die toekomst. En daarmee is het een bijzonder ding, dat NU.

Het ongekleurde NU

De waarneming die je in het NU doet wordt meestal gekleurd door de herinneringen die je meedraagt of het verlangen dat je koestert.

Je bent nog steeds boos op die ene persoon en als je hem of haar ziet dan is er direct het oordeel dat je waarneming bepaalt. Je wordt weer boos of je draait je weg. Of misschien ga je wel weer de confrontatie aan, het gevecht. Wat er ook gebeurt, je doet iets, en dat wordt mede bepaald door het verleden.

Bij het verlangen is het bijna hetzelfde. Als je de persoon die je graag mag en bij wie je in de buurt wil zijn opduikt dan komt er een glimlach op je gezicht, of in je hart wanneer je denkt aan diegene. Je reactie en gedrag wordt ook dan bepaald door het verlangen dat je hebt, de toekomst bepaalt je gedrag.

En wat als je nu eens kijkt naar iemand of naar een situatie zónder invloed van het verleden en zónder invloed van de toekomst? Hoe is dat?

Hoe is het als je kijkt, als je waarneemt, zonder deze verkleuringen in je waarneming. Als je een bijna transparant beeld krijgt van er zich voor je ontvouwt, zich laat zien? Hoe is dat?

Voor mij is het een bevrijding zo te kunnen kijken, en het lukt me niet altijd. Als het er is, als ik in staat ben te kijken vanuit een moment dat niet gestuurd wordt door het verleden of dat niet vooruit getrokken wordt door de toekomst, dan is er een helder beeld. Zonder verkleuring. Zonder oordeel en zonder verlangen.

En terwijl ik dit stukje schrijf merk ik dat er een parallel is met het grote Woodstock festival.

Dat festival was voor velen een manier om zich bevrijd te voelen, bevrijd van alle belemmerende en gecultiveerde normen en waarden uit de jaren zestig en zeventig.

Het Vrije NU, het moment dat jou vrij laat zijn.

Je bent de periode waarin je jezelf ontdekt, daar begon ik dit stukje mee.

Ik realiseer me nu dat mijn eigen Woodstock, mijn eigen Lowlands en mijn eigen Oerol gedurende lange tijd elke dag op de televisie was, in elke reclame uiting op billboards langs de weg die ik naar school fietste. Overal was er een “ASJEMENOU”. Overal was er de niet uitgesproken uitnodiging om in het “NU” te kijken en verbaasd te zijn over wat er zich voordeed. Te kijken naar de mensen en de dingen zoals ze zijn, zoals ze NU zijn! Zonder oordeel, zonder verlangen.

ASJEMENOU!

;

Geplaatst in Mensen onder elkaar | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

De meest stressvolle baan die je maar kunt hebben.


In deze economisch zware tijden is het hebben van een baan een geluk dat niet iedereen gegeven is. Het hebben van een baan is voor de meesten van ons het middel bij uitstek om te (over)leven. We hebben ook allemaal te maken met stress in ons werk. Stress die we voor lief nemen omdat het er nu eenmaal bij hoort, en omdat het ook in veel gevallen een tijdelijke stress is die weer overgaat en waarna je baan weer leuker wordt. Je gaat weer dóór na de stress. En we hebben als het goed is ook begrip voor mensen die stress hebben en houden daar dan ook rekening mee. Zowel in de privé sfeer als op kantoor, veelal weten we ook hoe het is om stress te hebben omdat we het zelf ook ervaren.

Maar niet iedereen krijgt begrip. Mensen die geen baan hebben en die op zoek zijn worden vaak niet begrepen of erkend in hun stress. En daar gaat deze blogpost over.

WAT MOTIVEERT IN EEN BAAN

Er zijn veel factoren die een baan aantrekkelijk maken, ik groepeer ze als volgt:

Aandacht, erkenning en erbij horen.

We willen allemaal onderdeel zijn van een groep mensen die met elkaar dingen doen die er toe doen. En we willen ook graag erkenning krijgen voor wat we doen, een complimentje, een promotie en noem maar op.

Zelfcontrole, ontwikkelingsmogelijkheid en uitdaging.

We willen allemaal iets betekenen, ertoe doen. Dat betekent ook dat je zelf invloed wil uitoefenen op wat je doet. En je wilt je zelf verbeteren, of minimaal net zo goed blijven als je nu bent in je vak. De mens wil zelf doen en leren vanuit het vroegere verlangen van “ikke doen” en “ikke kan zelf”.

Ruimte voor ontspanning.

Iedereen weet dat het voortdurend gefocust zijn en niet de aandacht even kunnen afleiden leidt tot stress. Een langdurig te hoge werkdruk leidt tot overbelasting. Overbelasting leidt tot lichamelijk en psychische klachten.

En hoe gelukkig kun je zijn in een baan waar alle factoren goed verdeeld aanwezig zijn?Wow, dat zou gaaf zijn!

STRESSVOLLE BANEN

Er zijn banen waarin deze factoren niet of onvoldoende aanwezig zijn. Dat noemen we stressvolle banen. Ik las ooit een onderzoek waaruit bleek dat het besturen van een trein of tram de meest stressvolle baan is omdat de machinist of trambestuurder niet zelf kan bepalen of ‘ie naar rechts of links gaat. Dat is ook niet handig in een trein of tram maar het geeft in ieder geval aan dat men zelf richting wil geven, en als dat niet kan leidt dat tot stress.

Maar hoe zit dat dan met mensen die geen baan hebben en op zoek zijn naar een baan?

Dat hield me de laatste weken bezig omdat ik een aantal cliënten begeleid die buiten het arbeidsproces zijn gevallen en een nieuwe baan zoeken. En samen met hen kwam ik er (wederom) achter dat het onderzoek waar ik over sprak één belangrijke baan buiten beschouwing heeft gelaten. En dat is de baan die je hebt als je zoekt naar werk.

Immers zagen we dat een aantal factoren belangrijk is in een baan, ik haal ze nog even aan in het kader van de “job” “het zoeken naar een baan”.

Aandacht, erkenning en erbij mogen horen.

Je hoort er niet bij, krijgt geen erkenning en ook onvoldoende aandacht. Een aantal voorbeelden van de feedback die een werkzoekende krijgt:

  • je past tocht niet zo goed in onze organisatie;
  • er is iemand die beter gekwalificeerd is dan jij, jij bent niet goed genoeg opgeleid;
  • we nemen iemand met meer ervaring, je kan nog niet genoeg;
  • je bent te oud voor deze baan;
  • je bent te jong voor deze uitdaging;
  • we missen de motivatie, drive;
  • we missen voldoende flexibiliteit, we zoeken iemand die van negen tot negen werkt;

En je kunt er vast nog wel een paar bij noemen vanuit je eigen ervaring of van mensen die je kent en die in dit schuitje zitten.

Zelfcontrole, ontwikkelingsmogelijkheid en uitdaging.

Zelfcontrole is er niet in het zoeken naar een baan anders dan dat je bepaalt waar je zoekt, welk bedrijf je benadert en welk niet. Dat laatste wordt al snel gezien als kieskeurig zijn en dat levert weer in de erkenning een negatieve feedback op:

Qua ontwikkelingsmogelijkheden is er ook al niet veel te winnen. Je kunt natuurlijk een cursus solliciteren volgen maar dat is een ontwikkeling om juist úit je huidige baan, het zoeken naar … te komen…

En uitdaging? Je willen bekwamen in het zoeken naar werk is ook niet iets dat je je hele leven wil doen, toch?

Ruimte voor ontspanning.

Aan het einde van een lange werkdag is het goed om te ontspannen. Dat kun je alléén doen of met collega’s, met je partner of gezin, soms zelfs met de hele familie. Heerlijk is het om op die manier weer voldoende energie op te doen en daarmee aan de volgende dag te beginnen.

Maar wat doe je als je de hele dag op google hebt gezeten, de kranten van voor naar achter en weer terug hebt gelezen, de telefoon een afdruk op je oor heeft achtergelaten, of je terugkomt van een evaluatiegesprek (een vergadering) met de werkcoach van het UWV? Kun je dan voldoende ontspannen om weer energie op te doen voor de volgende dag? Ik maak dat in mijn praktijk zelden mee.

Mensen die een baan zoeken:

  • staan ‘s ochtend op met als eerste gedachte: “ik heb geen baan”;
  • ze worden de hele dag geconfronteerd met mensen die aan de andere kant van de lijn staan, ze horen er zelf niet bij;
  • ze moeten meer dan andere verantwoording afleggen over hun “baan”;
  • ze gaan naar bed met de gedachte: “ik heb geen baan”.

En als ze dan op een keer een iets positiefs te horen krijgen in de zin van:

  • we nemen je aan, je hoort erbij;
  • je moet nog wel wat opleiding volgen en we beginnen met een introductiecursus;
  • Je krijgt 20 dagen vakantie en … uren ATV en we hebben een fitness faciliteit.

Dan is het voorbij, dan ben je niet meer op zoek naar een baan, dan heb je ineens een andere baan.

Mijn conclusie is dat van alle banen die er op deze wereld zijn, qua stress er wellicht één is die niet overtroffen wordt en dat is:

“Het zoeken naar een baan”.

Geplaatst in Mens en organisatie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Economie of “Geen beter leven dan een goed leven”


Ik schrijf niet graag over economie, een methode die met name in de twintigste eeuw is ontwikkeld om het gedrag van mensen in kaart te brengen.

Maar goed, mijn motto is erkennen wat er is en ik kom regelmatig in aanraking met dat wat we economie noemen, wie niet overigens?

Economie is een moderne samenstelling van de woorden Oikos (huis) en Nomos (Regels). We hebben het dan over huisregels. Nou, dat ligt in ieder geval dichter bij huis.

De reden waarom ik nu toch iets over economie wil schrijven vindt zijn oorsprong in een gesprek dat ik onlangs voerde met een ondernemer die een Restaurant heeft. Met hem sprak ik over hoe het gaat in zijn bedrijf. Hij was daar niet positief over. ‘We hebben steeds minder tafels en als ik het vergelijk met twee jaar geleden is het eigenlijk diepe droefenis’ was de rode draad in zijn verhaal. Hoe komt dat nu? Op mijn vraag wat hij daaraan denkt te doen en welke acties hij al heeft ondernomen kwam een aantal leuke dingen naar voren maar of die echt het verschil gaan maken was ook in zijn ogen niet te verwachten.

Na een tijdje vroeg hij mij wat ik zou doen als ik zijn restaurant zou hebben: ‘Wat zou jij nou in mijn plek doen?’

En daar had ik al wel over nagedacht, en vandaar deze post.

De kleine wereld

Een tijd geleden kwamen we met vrienden in een klein plaatsje net over de Duitse grens bij een Ratstube: een klein oud eetcafeetje net achter de kerk op het plein. Inmiddels zijn we daar al een aantal malen geweest en het voelt elke keer als thuiskomen. De bediening is vriendelijk en verwelkomt iedereen als huisvriend en het eten is eenvoudig en (h)eerlijk. En telkens verbaast het me dat we maar zo weinig hoeven te betalen, voor een hoofdgerecht met glas wijn of met bier, een lekker toetje en koffie met koekjes ná, betalen wij gemiddeld €35,- totaal (inclusief fooi), met z’n tweeën! En… het is er altijd gezellig druk.

Deze Ratstube is een klein oud pand met een kleine bovenwoning en erachter ligt volgens mij een kleine tuin of binnenplaats. Het is comfortabel en zonder al te veel luxe. De eigenaar heeft het bedrijf overgenomen van zijn ouders en die zijn in de jaren zeventig de keuken begonnen bij wat daarvoor een oud café was. Er is sindsdien volgens mij niet veel veranderd, het interieur is degelijk en alles is schoon. En bovenal: het eten is lekker.

Gasten komen vooral uit de omgeving en je ziet inmiddels ook al wat mensen die van verder komen. Wat overigens voor de eigenaar geen aanleiding is om de zaak uit te breiden of dingen te veranderen. ‘Es is sowie es ist und die Leute kommen gerne, wass soll ik denn ändern, warum die Mühe wenn es klappt sowie es ist?’

Waarom zou je veranderen als alles goed is? Een mooie vraag en een waarheid als een koe.

Dit ken ik ook uit landen als Italië en Spanje. Kleine lokale gelegenheden waar het eten lekker is, de wijn goed en de bediening gastvrij en betrokken. Als je vraagt wat er op de kaart staat krijg je geen opsomming van wat er al staat maar wordt er verteld over waar de producten vandaan komen en hoe de recepten zijn ontstaan van generatie op generatie. Je hoort een verhaal waarbij je meegenomen wordt in de passie van de uitbater. Ik vind het heerlijk en kom er graag.

Maar wat heeft dat nu met Nederland te maken en vooral met economie? Wat heeft dit alles nu te maken met de vraag die mijn gesprekspartner me stelde: ‘Wat zou jij in mijn plek doen?’

De grote wereld

Als ik bij zijn restaurant kom is de wereld opeens anders. Op de parkeerplaats staan minimaal drie auto’s die een gezamenlijk waarde hebben van een ruime comfortabele woning, en dan zijn de gasten nog niet eens gearriveerd…

Als ik dan bij binnenkomst zeg dat ik gereserveerd heb voor zeven uur zie ik de gerant op zijn horloge kijken, een klok waar je nog een aardige tweedehands auto voor kan kopen. Ik weet dat de eigenaar onlangs een groot vrijstaand huis heeft gekocht en hij vertelde me toen dat hij een discussie had met “zijn” tuinarchitect omdat de beregeningsinstallatie op een aantal plekken in de “zichtlijnen” ligt. “Schande!, vind je niet?”. Ik kijk altijd een beetje meewarig als ik dat soort opmerkingen hoor.

“En dat alles moet allemaal betaald worden door je gasten”, zeg ik dan.

Een drie gangen menu voor 30 euro is als je kijkt naar wat je ervoor krijgt in een gemiddeld restaurant dik overbetaald. Ik laat dan even de kunstenmakers die de (Michelin) sterren van de hemel koken buiten beschouwing. Ik denk trouwens dat ook wel duidelijk is zonder er verder iets over te zeggen dat wanneer je 350 euro betaalt voor een zeven(!) gangen menu je niet moet denken aan prijs kwaliteit verhouding, die is er namelijk vanaf 100 euro al niet meer.

Als ik hem dit vertel verstrakt zijn blik en geïrriteerd zegt hij ‘Ja, maar wat zou je doen in mijn plek, dat is mijn vraag.’ Kennelijk komt mijn antwoord niet over, en omdat ik niet aan het werk ben laat ik het erbij…

Ik ga een volgende keer weer naar Duitsland. Daar luistert de man achter de bar naar mijn verhaal. En ik naar het zijne. Ik hou wel van een “kleine” wereld.

Oh ja, ik zou het over economie hebben.

Onze economie: huisregels van een luchtkasteel.

We zijn in onze economie volgens mij een beetje de weg kwijt. We zijn in het naleven van onze huisregels (Oikos en Nomos) van huis weggegaan. Er is geen reële verbinding meer tussen wat geleverd en wat betaald wordt. We kopen dingen die we niet kunnen betalen, “huren” dus geld bij de banken onder de schuilnaam “lenen”.

We huren om te kunnen kopen.

En we verkopen dingen waarvan we de herkomst niet kennen, de bediening in het restaurant kent vaak het verhaal achter de gerechten niet. En dat wat geleverd wordt staat in geen verhouding tot wat we ervoor betalen.

Dat is ook precies waar de crisis door ontstaan is in Amerika en in Europa, er werden in Amerika tussen financiële instellingen zaken verkocht en in onderpand gegeven waarvan niemand wist wat de werkelijke waarde was. Banken leenden elkaar geld en gaven als onderpand gebouwen en hele industrieterreinen waarvan niemand wist hoe ze er uit zagen en wat de waarde werkelijk was.

De winst op dergelijke transacties en leningen (rente en provisies) werd vervolgens uitgekeerd in de vorm van hoge salarissen, bonussen, dure auto’s, grote woningen en andere (buitensporig) luxe goederen waar je mee kan varen, vliegen en weet ik niet wat. Er verdween op die manier teveel geld uit de onderneming omdat iedereen dacht dat de eigendommen van de onderneming, dat waarin geïnvesteerd was, waardevol en en vooral waardevast was, het bleken luchtkastelen.

Die luchtkastelen kennen we in Nederland als leegstaande kantoorgebouwen, niet alleen letterlijk met lucht gevuld maar ook figuurlijk is de waarde van die panden op niet veel meer gebaseerd dan hoop. Hoop dat iemand de waarde die de eigenaar er aan toekent wil betalen in geld. Onze pensioenen moeten voor een belangrijk deel worden betaald uit die hoop. Dat gaat nog een klus worden.

Leegstand in de Luchtkastelen en leegte in onszelf.

En volgens mij is de hele luchtkastelenhandel en de leegstand die erop volgde een weerspiegeling van een leegte in onszelf. We zijn in onze competitiedrang steeds meer willen verdienen, steeds meer winst willen maken, steeds meer geld willen maken. Meer winst dan nodig is om de noodzakelijke investeringen om bedrijven gezond te houden te kunnen financieren. Meer dan nodig is om een goed leven te leiden.

Beleggers die bijvoorbeeld elk jaar een rendement van meer dan 5% willen zijn handelaren in luchtkastelen. Dit om de eenvoudige reden dat de groei van het bruto mondiaal product, dat wat we met ons allen op deze wereld produceren aan goederen en diensten die 5% per jaar niet haalt.

Een wiskundige uit Engeland heeft ons ooit op school een vergelijking laten zien met de beurskoersen wereldwijd en daartegenover de ontwikkeling van dit bruto mondiaal product. De lijn van de beurskoersen liep steil omhoog en die van het bruto mondiaal product liep nagenoeg vlak, dat beeld zei meer dan duizend woorden, beelden doen dat nu eenmaal.

Waar komt dit vreemde gedrag vandaan, dit gedrag van ons mensen die geen genoegen kunnen nemen met hetzelfde als gisteren, die geen genoegen kunnen nemen met dat wat ze hebben? Wat is dit gevoel van willen hebben en daarna méér willen hebben?

Dit komt mijns inziens voort uit een gevoel van leegte. Leegte in onszelf, en om die leegte niet te hoeven voelen hebben we bezit nodig, bezit om die leegte op te vullen. Dat wat je afdekt zie je niet en voel je niet. En daar ligt ook het antwoord op de crisis, daarin ligt ook het antwoord op de vraag die de eigenaar van het restaurant me stelde.

De leegte in zijn bedrijf, de lege tafels, is het gevolg van leegte in hemzelf. Leegte die opgevuld moest worden met grote auto’s, grote huizen en noem maar op. En dat moest allemaal betaald worden door de mensen die in zijn restaurant kwamen en een meer dan normale prijs moesten betalen voor een simpele maaltijd en een gezellige avond met mensen.

Geen beter leven dan een goed leven

Ik denk dat de lezer na dit verhaal zelf een goeie parallel kan maken naar andere voorbeelden van luchtkastelen.

En ik weet dat er ook lezers zijn die zeggen dat economische groei noodzakelijk is om deze wereld te laten draaien. En begrijp me goed dat ik geen tegenstander ben van winst maken, ik ben zelf ondernemer. En ik neem genoegen met een winst van nul als ik van hetgeen ik verdien een goed leven kan leiden, een goed leven met de mensen om me heen die me dierbaar zijn. Mensen waarmee ik de enige fles wijn die ik heb deel terwijl we genieten van elkaars verhalen. Waar ik het goed mee heb.

Lieve mensen, heb het goed!

Ik vind het leuk als je hier een reactie achterlaat, of deze post deelt met je vrienden op Facebook en of Twitter.

Geplaatst in Mensen onder elkaar | Tags: , , , , , | 6 reacties

Ondernemen, een kwestie van hoofd en hart


Als John die ochtend zijn bedrijf binnenloopt hoort hij zachtjes een telefoon rinkelen, hij rent naar boven en na twee trappen te hebben overwonnen neemt hij kort ademend van de inspanning de telefoon op zonder de nummerherkenning te lezen en aan de andere kant hoort hij een bekende stem. Even moet hij slikken, dit had hij niet verwacht en, ook liever niet gehad. Marja, de klant met wie hij al een tijdje aan een opdracht samenwerkt in haar bedrijf steekt direct van wal. “De deadline die we afgesproken hebben is al over twee dagen en ik heb nog niets van je gehoord …”.

“Ik ga je even doorverbinden met Freek, die zit beneden en weet van de hoed en de rand..”, zegt hij snel als hij een stilte kan pakken in haar betoog, “echt, we zitten er bovenop en hij kan je alle details vertellen, heb je een moment?” en nog voor ze kan antwoorden heeft hij de doorverbind knop ingedrukt. Hij schakelt door naar Freek en als die opneemt verbreekt hij direct de verbinding. “Zo, dat is geregeld” zegt hij zacht tegen zichzelf en slaakt een zucht. Hij blijft nog even boven op zijn kamer om niet bij het gesprek te worden betrokken dat daar beneden wordt gevoerd.

Hij kijkt nog even om zich heen en leunt achterover in zijn stoel. Een stapel papieren kijkt hem aan met een ongeduldige blik “Ja, daar moest ik maar eens naar kijken.” zegt hij tegen zichzelf. Hij kantelt de leren bureaustoel rechtop en pakt een stapel contracten die hij nog moet doorlezen. Na een uur van lezen en aantekeningen maken loopt hij nog in gedachten de trap af naar beneden. Daar zit Freek achter zijn bureau en kijkt hem vriendelijk aan. “Ik sprak Marja net en die vertelde me dat ze op zoek is naar de spullen die we haar zouden toezenden.”

“En?” vraagt John met een blik van geveinsde nieuwsgierigheid.

“Nou, ik heb haar gezegd dat we er nog niet helemaal uit zijn en dat ik blij ben dat ze me belt. Ik heb met haar afgesproken dat we vanmiddag even bij elkaar komen en er samen naar kijken.”

“Oh, moet ik daar bij zijn?” zijn blik blijft enigszins star.

“Nee, hoor, daar komen wij wel uit.”

“Okay, zegt hij enigszins met verbazing maar innerlijk met een opluchting.”

Hij sluit de deur achter zich en draait zich nog even om met zijn gezicht naar de deur van de kamer van Freek. Hij strijkt dan even met zijn mouw over het bordje “Hart van de onderneming” en loopt weer naar boven, opent de deur van zijn “Hoofdkantoor” en neemt weer plaats op de leren stoel achter zijn bureau waar alweer eens stapel papieren smachtend op hem wacht.

In het contact met klanten komen we veelal met hen samen in ons Hoofdkantoor. En als het dan te heet wordt onder onze voeten gaan we nogal eens uit contact. Belangrijk is dan dat we verbinding kunnen maken met ons hart, met ons gevoel. Vanuit die verbinding ontstaat dan energie die kan stromen richting een oplossing.

Waar staat jouw bureaustoel? En wat doe je als de telefoon gaat? Ren je dan naar boven en verbind je door of ga je in verbinding?

Geplaatst in Mens en organisatie | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Onder de tafel speelt het verlangen


Opening

Els heeft alles voorbereid voor de vergadering. De agenda is voor iedereen uitgedraaid en ligt met de onderliggende stukken keurig klaar op ieders plek. Dit omdat het kan voorkomen dat iemand de stukken niet bij zich heeft. Vergeten in de haast van alle dag en op weg naar de vergadering zijn de meesten nog druk met het afhandelen van telefoonnotities en afspraken lijstjes. Peter zit vandaag de vergadering voor omdat Bas in het buitenland is voor een acquisitie. Voor hem heeft ze een uitgebreid exemplaar gemaakt met alle relevante onderleggers voor het geval die nodig zijn voor meer achtergrondinformatie.

Straks om twee uur beginnen ze. Het ziet er allemaal piekfijn uit en Els kijkt weer met voldoening naar de mooi geordende tafel. “Zo…” zegt ze tegen zichzelf, “…even zien wat er verder nog moet gebeuren….”

De officiële vergadering

“Heren, ik heet u allen welkom op deze vierde vergadering van het directieteam dit jaar. We hebben een overvolle agenda dus ik wil graag de vaart er inhouden, het is nu om precies te zijn tien over twee en ik wil de vergadering afronden om half zes. Heeft iemand nog aanvullingen op de agenda?”

Die zijn er niet en Peter werkt punt voor punt af waarbij hij nauwkeurig de tijd bijhoudt. Dat doet hij met behulp van zijn horloge dat hij voor zich op tafel heeft neergelegd. Dat heeft hij geleerd van zijn eerste baas en het helpt hem elke keer weer om even te checken of hij nog “on track” is.

De vergadering verloopt niet echt soepel en de agendapunten nemen meer tijd dan Peter had verwacht. Els houdt de notulen bij die ze altijd in een format op haar laptop heeft voorbereid. Ze hecht er waarde aan om de notulen de volgende dag al bij iedereen in de mail te hebben zodat acties direct afgehandeld kunnen worden. Ze houdt van orde en netheid. Ze geeft Peter subtiel nog even aan dat het al vier uur is en dat de helft van de agenda nog niet is behandeld. Peter voert de snelheid op.

Het is kwart voor vijf als hij een beetje gehaast aan de rondvraag begint, hij realiseert zich ook dat hij vanavond nog allerlei dingen wil voorbereiden voor de presentatie van morgen en wil echt op tijd thuis zijn. De vergadering is taai, hij krijgt niet alles voor elkaar zoals hij dat gepland had en nu dreigt het ook nog uit te lopen.

Dan voelt Alex die links naast Peter zit iets tegen zijn been tikken. Hij zegt als in een reflex “Oh, sorry” tegen Marlies die naast hem zit. Die heeft het niet direct door en kijkt hem verbaasd aan. “Wat is er?” vraagt ze fluisterend. “Ik raakte je voet” zegt Alex met de hand voor zijn mond om niet gehoord te worden door de anderen. Marlies begrijpt het niet en besluit er ook geen aandacht aan te besteden. Aan de overkant van de tafel gebeurt hetzelfde bij Willem en Roel. Er ontstaat onrust en Peter raakt uit evenwicht.

Wat verder ter tafel komt, de “W.v.t.t.k.”

“Kunnen we nog even bij de les blijven, ik weet dat we over de tijd gaan maar ik wil dit punt nog even goed aandacht geven, het is belangrijk, akkoord?” Hij is geïrriteerd omdat het niet gaat zoals hij wil en nu iedereen een beetje zit te draaien verliest hij voor zijn gevoel helemaal de grip. Maar de onrust blijft en binnen een minuut heeft iedereen het gevoel dat er iemand of iets onder de tafel zit. Belachelijk natuurlijk maar het is zo prominent aanwezig dat Els uiteindelijk besluit om haar hoofd opzij te bewegen om te kijken wat daar beneden allemaal gebeurt.

“Oei, hemeltje toch!”. Ze slaakt een gil als ze ziet dat er onder de tafel een hele groep jongens en meisjes zit dat door elkaar heen praat en snel rondloopt, tussen de voeten van de aanwezigen door spelen ze tikkertje. Els is helemaal overstuur en als ze opspringt uit haar stoel knalt deze met een smak tegen de muur achter haar.

Al snel kijkt iedereen onder de tafel en is getuige van het bijna bizarre spektakel dat zich daar afspeelt.

“Hé…” zegt Wim, “…dat lijk ík wel en volgens mij is dat daar aan de overkant Alex, weliswaar een jongere variant maar toch, verdomd, en dat is Marlies. Wat is dit mensen! Het lijkt wel een gekkenhuis daar. Wel een leuk gekkenhuis trouwens, hahaha.” De anderen lachen stilletjes mee.

Peter vindt het welletjes en besluit zijn rol als voorzitter weer in te nemen en stampt met zijn vuist op de grond. Plots kijken alle kinderogen zijn kant op. Vragende en ondeugende blikken komen zijn kant op en hij merkt dat hij niet alleen is. Er staat naast hem een klein kereltje dat een wel héél bekend gezicht heeft. “Hé ouwe, hoe is het daarboven?” grapt het ventje. En Peter merkt dat hij een kleur krijgt, voor het eerst in zijn leven bloost hij in het bijzijn van zijn collega’s. Hij schaamt zich een beetje en hoest overdreven, misschien denken de anderen dan wel dat zijn rode gezicht door het hoesten komt…

Boven de tafel is het dan even stil, iedereen zit op de grond en geniet van het spektakel dat zich daar afspeelt. En het blijft een feest van jewelste. Allemaal liggen ze te schuddebuiken van het lachen als ze zien hoe die grote Peter daar zit met een hoofd als een tomaat.

“Kom erbij joh, het is hier veel gezelliger dan daarboven. Hier hebben we tenminste lol, bij jullie is het zo saai! Wij spelen hier altijd als jullie daar lekker belangrijk aan het doen zijn, en vandaag hebben we ons voorgenomen niet meer stil te zijn, we gaan doen waar we zin in hebben, of niet dan jongens?” En weer rollen ze lachend over de vloer.

Het horloge van Peter ligt eenzaam op tafel en ook de papieren worden niet meer aangekeken. Iedereen geniet van de pret die daar onder de tafel is. Al snel vergeten ze waar ze voor gekomen zijn en ook Peter en Els zijn inmiddels bekomen van de schrik en beginnen zich een beetje losser te voelen.

En dan eindelijk de echte vergadering, het verlangen op de agenda

Het team praat tot laat in de avond over de dingen die hen écht bezighouden, wat ze graag zouden willen doen, wat hun ideeën, wensen en verlangens zijn met het bedrijf. Het ene na het andere briljante idee komt naar voren, niet op tafel, daar is geen ruimte meer. Daar ligt alleen maar dood papier en een eenzaam horloge dat inmiddels gestopt is met tikken. De tijd staat stil.

En onder de tafel? daar is het inmiddels rustig geworden, het ongedurig verlangen dat zo druk tikkertje speelde is tot rust gekomen. Het gaat nu over de goeie dingen, over wat belangrijk is. Het verlangen mag daar helemaal bij zijn en hoeft niet meer stiekem onder de tafel te spelen.

Sluiting

De vergadering wordt om 00:30 uur gesloten

Moraal

In veel vergaderingen staat veel op de agenda

In sommige vergaderingen staat “wat verder ter tafel komt” de W.v.t.t.k. op de agenda.

Wat nooit op de agenda staat is dat wat ónder de tafel speelt: het verlangen.

Geplaatst in Mens en organisatie | Tags: , , , , , , | 3 reacties